Groenbeleidsplan 2013 - 2016

 

Inleiding

 

De gemeenteraad heeft voor het beheer van het openbaar groen een groenbeleidsplan in maart 2013 vastgesteld.

In dit beleidsplan is de visie op het groenbeheer voor langere periode vastgelegd.

Hiervoor zijn maatregelen en wijzigingen voorgesteld om tot een optimaal groenbeeld te komen.

Jaarlijks wordt hiervan een gedeelte uitgevoerd, dit is samengevat in het operationeel plan voor 2017

 

 

 

Uit te voeren werkzaamheden 2017

 

 

 

A: Omvormingsplan/renovatieplan struiken en grasstroken

De omvormingen worden uitgevoerd om zo tot het gewenste groenbeeld te komen.

De locaties zijn afkomstig uit het groenbeleidsplan en/of naar aanleiding van veranderingen in een bepaalde omgeving

en/of naar aanleiding van ervaringen met het onderhoud van bepaalde groenvakken de afgelopen jaren.

 

 

Uitgangspunten voor omvorming en renovatie

In de gemeente zijn de meeste plantvakken voorzien van meerdere soorten beplanting.

Afgelopen jaren is een aantal plantvakken gerenoveerd. Hierbij is af een toe een eentonig beeld ontstaan.

Het gaat erom dat er bij de plantvakken een balans wordt gevonden tussen eenheid en

een te grote afwisseling. De kracht van vakbeplanting zit in een afgewogen verscheidenheid

bepaald door:

 

1. De grootte van de vakken

2. Het profiel van de straat

3. De bijdrage van voortuinen aan het groene beeld van de straat.

 

 

Door te werken met meer eenduidige soorten kunnen structuren worden versterkt, waarbij

voorkomen moet worden dat steeds dezelfde soorten worden toegepast. Ecologisch gezien is een

grotere verscheidenheid aan beplanting gewenst. Daarom moet er in de totale gemeente

een grote verscheidenheid aan beplanting blijven bestaan.

Op dit moment komt er in veel renovatievakken Lonicera voor.

Voor een wintergroen beeld zijn dergelijke struiken zeer gewenst.

Daartegenover staat dat deze struiken nauwelijks bijdragen aan de seizoen beleving. De pracht

van de herfst, de winter, het voorjaar en de zomer moet niet worden vergeten.

In een plant vak komt dit het beste tot zijn recht door te werken

met 2 à 3 hoofdsoorten gecombineerd met solitaire heesters of bomen.

Voor een hoge kwaliteit van het groen binnen een gemeente is het niet alleen van belang dat de

structuur van het groen op orde is, het is misschien nog wel belangrijker dat de groenelementen

voldoen aan de wensen van de gebruikers.

 

 

 

 

Bij omvormingen/renovaties moet rekening worden gehouden met onderstaande punten:

 

 

 

1. Reserveer voldoende ruimte voor openbaar groen, zowel boven- als ondergronds;

 

2. Houd rekening met sociale veiligheid en verkeersveiligheid.

    Voorkom onoverzichtelijke situaties en een onveilig gevoel door te dichte begroeiing;

 

3. Houd bij de inrichting rekening met het toekomstige beheer:

§   Voorkom overhangende takken en dichte randen langs vakken;

§   Houd rekening met de werkbreedtes en de bereikbaarheid voor materieel;

§   Voorkom routing in de openbare ruimte die uitnodigt af te snijden door de plantvakken;

§   Voorkom met de inrichting het gebruik van paaltjes, plantsoenhekjes of anti parkeerblokken;

§   Voorkom vele kleine plantvakken en streef naar grotere eenheden;

§   Voorkom moeilijk te maaien of te vegen hoeken waar veel onkruid kan opschieten;

§   Voorkom open plekken waar zwerfvuil zich ophoopt;

§   Zorg voor een afgewogen verscheidenheid aan beplanting per vak

maar ook voor variatie in beplanting in de totale gemeente Opmeer.

 

 

De volgende vakken worden gerenoveerd:

 

 

Kern/straat locatie oppervlakte
Opmeer Dotterbloem/ Weegbree langs voetpad 165m2
  Voetpad tussen Planetenlaan en Mecuriusstraat lage beplanting erbij langs het pad 73m2
  Tussen Planetenlaan en Pinksterbloem nabij parkeerplaats 179m2
     
Hoogwoud Tussen Beemsterlaan 18-29 96m2
  Boenluif 23 112m2
     
Aartswoud Tussen Koetenburg en school 108m2
     
     
     
     
   

 

 

 

De volgende vakken worden omgevormd van gras naar vaste planten  :

 

 

Kern/straat locatie oppervlakte
Hoogwoud Voor de Lindehof 171m2

 

 

B: Aanplant en kap bomen

Vanuit het groenbeleidsplan wordt gestreefd naar de juiste boom op de juiste plaats,

om zo tot de gewenste sterke bomenstructuur te komen.

Dit houdt in dat er bomen geplant, verplant en gekapt moeten worden.

In het groenbeleidsplan 2013-2016 zijn uitgangspunten vastgesteld voor het kappen en aanplanten van bomen.

 

 

Uitgangspunten voor kappen en aanplanten van bomen

Voor bomen die op de bomenlijst staan zal, om deze te kunnen kappen, een kapvergunning moeten worden aangevraagd en afgegeven.

De criteria voor het verlenen van een kapvergunning zijn beschreven in de Algemene Plaatselijke Verordening Opmeer.

Voor bomen die niet op de bomenlijst staan is geen kapvergunning vereist

maar voor zover het gaat om gemeentelijke bomen wordt de afweging

wel of niet kappen aan de onderstaande uitgangspunten getoetst.

 

 

 

Kappen van bomen

Er wordt tot kap overgegaan bij:

 

 

 

1.    Slechte gezondheid van de bomen/gevaar voor de veiligheid

Bomen die gevaar opleveren, bijvoorbeeld omdat  ze aangetast of ziek zijn

waardoor de veiligheid rondom de bomen niet kan worden gewaarborgd, worden gekapt.

In geval van iepziekte is het zelfs een verplichting om de zieke iep te kappen.

Voorafgaand aan de kapaanvraag zal door een boomdeskundige de noodzaak van de kap moeten worden aangegeven.

Als deskundige wordt aangemerkt een VTA-gecertificeerde boomdeskundige of gecertificeerde European Tree Technician (ETT).

 

 

2.    Aantoonbare schade aan gebouwen en/of onder- of bovengrondse infrastructuur

Bomen die door hun wortels of door hun kroon aantoonbare schade veroorzaken worden gekapt.

De oorzaak van de schade ligt vaak aan de verkeerde standplaats van de boom.

De boom staat te dicht bij gebouwen en/of de onder- en of bovengrondse infrastructuur.

 

 

3.    Belemmering van duurzame ontwikkeling van bomen

Ten behoeve van duurzame ontwikkelingen van bomen dienen deze over voldoende bovengrondse en ondergrondse ruimte te beschikken.

Er zijn situaties waar bomen te dicht op elkaar geplaatst zijn waardoor de groeimogelijkheden van de bomen te beperkt zijn.

Door dunning kunnen de groeiomstandigheden sterk verbeterd worden en kunnen bomen op de juiste afstand van elkaar gezet worden.

Uitgangspunt hierbij is de te behouden bomen tot volledige ontwikkeling te laten komen.

 

 

4.    Kap van bomen bij ruimtelijke ontwikkelingen

Het belang van behoud van de bomen en de gewenste ruimtelijke ontwikkeling worden in de ruimtelijke procedure tegen elkaar afgewogen.

De afwegingen worden in de ruimtelijke onderbouwing meegenomen. Dit geldt voor zowel nieuwbouw als renovatie. Het uiteindelijk vastgestelde ruimtelijke plan geldt als uitgangspunt.

 

 

5.    Concurrentie van bomen ten opzichte van de onder beplanting

Er kunnen omstandigheden voorkomen dat de bomen de ontwikkeling van de onder beplanting in de weg staan waarbij de onder beplanting essentieel is voor het gewenste eindbeeld.

In het groenstructuurplan wordt dit gewenste eindbeeld vastgelegd en dit plan geldt dan als uitgangspunt.

 

 

Aanplant van bomen

Voor het aanplanten en herplanten van bomen zijn in het groenbeleidsplan de volgende uitgangspunten vastgesteld: 

 

 

1.    Als vervanging of na verwijdering van bomen in de te beschermen hoofdstructuur

In de hoofdstructuur geldt in principe een herplantplicht. Als dit niet op dezelfde plaats mogelijk is dan wordt er elders herplant.

 

 

2.    Bij kap in de bestrating als er een mogelijkheid tot herplant in groenstroken aanwezig is

Hierdoor worden de bomen op een betere plek gezet waarbij ze bijdrage een duurzamere bomenbestand.

 

 

3.  Als het gewenste eindbeeld niet met het huidige bomenbestand gerealiseerd wordt

Bij de inventarisatie van de waardevolle bomen is ook gekeken naar waardevolle standplaatsen voor bomen.

Deze waardevolle standplaatsen zijn vastgelegd in het besluit ‘vereenvoudiging kapvergunningen’ van 18 december 2009.

Dit zijn plaatsen waar voldoende ruimte is voor bomen en

die een daadwerkelijk bijdrage kunnen leveren aan het gewenste eindbeeld (juiste boom op de juiste plek *).

Nog niet al deze waardevolle standplaatsen voldoen aan het gewenste eindbeeld.

 

 

Voor 2017 komen de volgende locaties in aanmerking voor het planten en kappen van bomen:

 

kern/straat locatie te kappen Reden* te planten Reden*
Opmeer Kamille 23 2 2,3    
  Naast Glazenwagen 40 4 1,2,3    
           
           
Hoogwoud Schermerlaan 1-15 11 1 10 1
           
Spanbroek Spanbroekerwerg 118/120 1 1    
  Zaagmolenweg 14 3    
  Van Roozendaalstraat  14     1 2,3